Meetprincipe GE Instruments programma |
|
|
Het Meetprincipe van de Olie op Water Detector
|
Algemeen:
De detectoren zijn uitermate geschikt voor het detecteren van een drijvende olielaag of andere type lozing op het wateroppervlak. Alle typen detectoren uit het GE Instruments programma functioneren volgens een identiek en uniek meetprincipe.
De meting berust het condensator principe. Het water- of vloeistofoppervlak vormt het diëlectricum tussen de twee condensator polen. Deze zend- en ontvangstpool zijn cirkelvormig en bevinden zich in/om een drijverlichaam en zijn zodanig geplaatst dat het wateroppervlak rondom deze drijver fungeert als diëlectricum. Het hoogfrequent signaal wordt vanuit de zendpool, via een ring van vloeistof rondom de sensor, door de ontvangstpool ontvangen.
De detectoren zijn zeer bedrijfzeker en worden niet gehinderd door vervuiling met bijvoorbeeld plakkerige cru crude. Oppervlakkige vervuiling speelt zodoende geen rol bij de totale signaaloverdracht.
Met deze sensoren wordt een typische gevoeligheid gerealiseerd van “0,3 mm drijflaagdikte”.
Meetprincipe:
De detector drijft gewoonlijk in water. Water heeft een diëlectricum van circa 80. Vloeistoffen, met een lagere soortelijke massa dan water, zullen in veel gevallen een drijflaag vormen. Een voorbeeld is; minerale olie, kerosine, benzine, petroleum, paraffine, tolueen etc. Het diëlectricum van deze stoffen wijkt sterk af van water. Bijvoorbeeld, het diëlectricum van minerale olie is 2 a 3. Daardoor wordt de signaaloverdracht van de zend naar de ontvangstpool sterk beïnvloedt. De intensiteit van het zendsignaal wordt automatisch geregeld (versterkt/verzwakt) opdat het ontvangen signaal qua signaalsterkte constant blijft. Zodoende is de gemeten signaalintensiteit van de zendpool een maat voor het diëlectricum van de vloeistof die de drijver (sensor) omgeeft.
De maatvoering en vorm van de drijver (sensor) is zodanig dat de signaaloverdracht plaatsvindt via het “vloeistofoppervlak”. Bij de standaard sensoren (exclusief model ID-225) zal een maximale oppervlakte laagdikte van 25 mm deelnemen aan de meting. Naarmate de dikte van de drijflaag toeneemt, zal ook het de signaalsterkte van het de zendpool toenemen. Een alarm is het gevolg. Door het instellen van de gevoeligheid van de processor kan men bepalen bij welke laagdikte het alarm wordt gegenereerd. Indien de sensor droogvalt volgt een separaat alarm.
De constructie van de sensor:
De sensor is gefabriceerd uit een chemisch resistent polymeer en bezit een ringvormige pool uit RVS 316Ti. De sensor staat in verbinding met de processor via een dunne eveneens chemisch resistente kabel met een diamater van circa 5 mm. Er zijn ook enkele draadloze modellen leverbaar. Uiteraard is de sensor waterdicht gesloten ter bescherming van de interne elektronica.
|
|